Over mij. Vrouw 67 jaar denker en schrijft graag,

woensdag 2 december 2015

VERLANGEN..



Iedere keer als het opnieuw gebeurd, word er weer een kamer ingericht.
Het is geen gezellige kamer, maar een afgesloten ruimte zonder ramen en met dikke muren.
Het lijkt op een isoleercel.
Er komt een dikke steen voor de deur met daarin gekerfd Verboden toegang.
Daar leeft ze afgezonderd en vergeten.
Zo lijkt het, maar zo is het niet.

Ze doet nog steeds mee. Als de hoofdbewoner van het huis geluiden hoort, of een lichtval bemerkt wat herinnert aan het voorval wordt het kind in de cel onrustig.
Maar de hoofdbewoner, de eigenaar van het huis heeft talloze foefjes bedacht om het kind rustig te houden.
De eigenaar heeft het plotseling heel druk met allerlei dingen.
Ze helpt mensen, die een redder nodig hebben bijvoorbeeld.
En zo houdt ze het kind in de cel tevreden.

Er komen meer kinderen in meer cellen bij.
Dikke stenen met verboden toegang.
Soms is de eigenaar zo moe.
Ze bevriest en slaapt een week.
Om daarna met hernieuwde ijver de kinderen rustig te houden door druk te zijn.

Dan komt er een moment dat ze Iemand anders binnenlaat.
Hij mag in haar huis gaan wonen.


Want zo zegt de Hoge en Verhevene, die in eeuwigheid troont en wiens naam de Heilige is: In de hoge en in het heilige woon Ik en bij de verbrijzelde en nederige van geest, om de geest der nederigen en het hart der verbrijzelden te doen opleven. Uit Jesaja



Vol blijdschap leven ze samen in haar huis.
Alles is goed.
Maar naarmate ze Hem meer vertrouwd en knielt bij Zijn Kruis en Zijn wonden verbindt en Hem bezoekt bij Zijn graf blijkt dat de steen is weggerold.
Verdwaasd loopt ze rond, maar ze vindt Hem niet meer.
Waar is Hij heengegaan?
Verlangend naar Hem gaat ze op weg.
Het verlangen groeit en word bijna onverteerbaar.
Waar is haar hartgeliefde? Ze zoekt Hem maar vindt Hem niet.

In mijn slaap zocht ik mijn liefste. Ik zocht en zocht, maar kon hem niet vinden.Ik wilde opstaan en in de stad naar hem zoeken. In mijn droom zocht ik mijn liefste op de straten en pleinen, maar vond hem niet. Hooglied 3: 1,2


Dan in het duister van de nacht hoort ze Zijn stem.
Hij heeft intrek genomen in de cel waar haar kindje woont.
Hij kijkt haar aan en vraagt of ze er bij mag horen.
Ze geeft aarzelend toestemming en gedrie├źn gaan ze verder.
Het kromgegroeide kindje mag gaan leven.
Dwars door alle pijn en verdriet.

De eigenaresse leeft met haar verder, totdat opnieuw een groot verlangen naar haar geliefde haar hart verteerd.

Ik ontsloot de deur voor mijn liefste, maar toen die open ging, was hij verdwenen! Terwijl hij tegen mij sprak, trilde ik van opwinding. Ik ging naar hem op zoek, maar kon hem nergens vinden. Als ik zijn naam riep, kreeg ik geen antwoord.  Hooglied 5:6


En opnieuw wordt er een kamer geopend.
Want voordat ze kwam was Hij er al.
Hij is nooit weggeweest.
Hij is er bij toen al dat verschrikkelijke gebeurde.
Hij liet Zich samen met het kind vrijwillig opsluiten.

Totdat de vrouw verteert door verlangen naar haar geliefde naar Hem op zoek ging telkens weer.
Het verlangen naar Hem was de sleutel tot alle cellen.

Het verlangen naar Hem was de weg tot genezing.

@LINEKE

Met deze blog doe ik mee aan de bloghop van december op http://waardevolenuniek.nl/?p=938

3 opmerkingen:

Leuk dat je mijn blog leest.
Mocht je willen reageren en je vind het lastig om het onderaan te zetten, je mag me altijd een mailtje sturen.

lief.kostbaar.mensenkind@gmail.com

Een gedicht wat raakt.

  His and mine.   My joy, a falling star For one brief moment bright; But God’s, the changeless firmament That holds a changeless ...