zondag 22 januari 2017

Een stoomlocomotiefje.


2 Hoor toch, o God, mijn smeking,
sla acht op mijn gebed.
3 Van het einde des lands roep ik tot U, omdat mijn hart bezwijkt;
leid mij op een rots die mij te hoog zou zijn.
4 Want Gij zijt mij een schuilplaats geweest,
een sterke toren tegen de vijand.
5 Laat mij in uw tent voor altoos vertoeven,
laat mij schuilen, geborgen onder uw vleugelen. sela
6 Want Gij, o God, hebt gehoord naar mijn geloften,
Gij hebt het erfdeel gegeven van hen die uw naam vrezen. Psalm 61:2-6

Toen ik in Jeruzalem woonde, was ik de eerste tijd buiten adem, als ik buiten liep. Niet vanwege de omgeving, maar vanwege de hoogten die ik moest beklimmen.
Wegen, die langzaam omhoog lopen, trappen die je moet bestijgen om van de ene straat naar de andere te komen.
En natuurlijk daal je op een gegeven moment weer het pad af. Wat vroeg dat een energie van mij.
Als ik zaterdags met mijn collega’s naar het punt liep, waar het busje stond om ons op te halen om naar de kerk te gaan, waren ze ver voor me uit en ik kwam er als een stoomlocomotiefje achter aan.
Lief als ze waren, bleven ze af en toe even wachten, totdat ik hun weer had ingehaald. Maar gaandeweg, letterlijk gaandeweg, begonnen mijn longen en mijn spieren er aan te wennen en liep ik net zo snel als de anderen langs de straten.
Het viel me niet op, dat ik met gemak de trappen nam en door de straten liep om mijn boodschappen te halen of naar de bank te gaan.
Maar toen ik bezoek kreeg uit een plaatsje, die niet op heuvels was gebouwd en we door de straten wandelden, herinnerde ik me de eerste tijd van mijn eigen verblijf.
Ze liepen namelijk puffend en steunend achter me aan en voortdurend moest ik mijn pas in houden en wachten totdat ze bij me waren.
Hier moest ik aan denken, toen ik het gedeelte las van bovenstaande psalm.
Als je nog niet geoefend bent, dan kunnen er rotsen zijn in je leven.
Rotsen die te hoog voor je zijn.
Situaties, omstandigheden, nieuwe uitdagingen.
Je zou niet weten waar je de kracht en de vaardigheid vandaan moet halen om die rots te moeten beklimmen.
Als ik in zo’n situatie zit is mijn fluistergebed heel vaak:

Leid mij op een rots die mij te hoog zou zijn.

Ik ben niet in staat die rots te beklimmen. Hij is te hoog en te glibberig voor me.
Mijn voeten glijden uit en ik vind nergens houvast.
Mijn hart bezwijkt, want het lijkt onmogelijk om de situatie het hoofd te bieden.
Leid mij op een Rots Die mij te hoog is.
Steek je hand maar uit en leg hem in de Hand van Degene, Die de Rots is.
Hij trekt je omhoog en plaatst je voeten op vaste grond.
Je loopt met gemak de heuvels en de trappen op.
Wel buiten adem, maar dan vanwege de grote Genade, die Jezus jou opnieuw heeft betoond.
Houd moed lief mens. Je komt er wel. 
@Lineke



2 opmerkingen:

  1. Mooi geschreven. Er blijven altijd van die kleine en soms grote rotsen he. En soms zou je dan een hand van een ander willen en vergeet ik dat de hand van God er altijd is.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat een bemoedigende blog Lineke. Dankjewel dat je mij hiermee weer bepaald bij Degene die kracht geeft.

    BeantwoordenVerwijderen

Leuk dat je mijn blog leest.
Mocht je willen reageren en je vind het lastig om het onderaan te zetten, je mag me altijd een mailtje sturen.

lief.kostbaar.mensenkind@gmail.com

Gewaai en gevlieg.

Gisteren had ik een heel fijn gesprek. Fijne gesprekken zijn dat er herkenning en helderheid komt in de dingen waar ik mee bezig ben. We...