vrijdag 5 mei 2017

Koeiemans.


We liepen langs het koeienweitje, mw.B. en ik. Het heeft even geduurd dat mw. B. gewend was aan die grote beesten. Ze naderden elkaar nieuwsgierig en mw.B. hief een blafsalvo aan en de koeien draaiden zich verstoord om. Maar het bleef een uitdaging om naar elkaar toe te stappen.

Mw.B. observeerde koeienbeesten goed en deed des koeis. Ze eet ook gras als ze in hun nabijheid is. Gisteren stonden ze er weer voor het eerst dit jaar. Jong vee dat nog heel veel moet leren.
Dat bleek wel, want een puber stak zijn kop om het hek om lekker sappig gras te eten.
Hij was niet gecharmeerd van het uitgestrekte overdadige groene land. Nee, dat ene plukje lokte hem toe. Koeiemans kwam met zijn voorpoten in de sompige slootkant terecht en keek over het wateroppervlak uit. De pogingen om vaste grond onder de voeten te krijgen mislukten en gelaten liet hij het over zich heen komen.
De brandweer werd gewaarschuwd en koeiemans op de wal getakeld.

Een flinke fout van het beest bracht hem in verlegenheid. Ik weet niet of hij er van geleerd heeft, omwonenden vertellen dat het regelmatig gebeurd.
In ieder geval nam hij de vrijheid. De vrijheid om zijn grenzen te verleggen en uitdagingen aan te gaan.
In een poging geen fouten te maken, niet te falen, durven we soms niet voluit te leven.
We denken dan ook in termen van goed en fout. 

Ooit bad ik op die manier.
Ik vertelde wat ik fout had gedaan. En echt de Stille Stem fluisterde dat ik dat nooit meer mocht zeggen.
En nu weet ik, als ik me er nog eens aan verstout dat er een donkere wolk over me heen trekt.
Weet je, we hoeven niet meer te eten van die boom van goed en kwaad.
De vruchten ervan lijken heel smakelijk. Maar je komt net als koeiemans vast te zitten en je kunt geen kant meer op.
Je mag eten van de Boom des Levens. En daar strekt er een overdadige groene weide zich voor je uit.

10Hij doet ons niet naar onze zonden
en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden;
11maar zo hoog de hemel is boven de aarde,
zo machtig is zijn goedertierenheid over wie Hem vrezen.
12Zover het oosten is van het westen,
zover doet Hij onze overtredingen van ons;
13gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen,
ontfermt Zich de Here over wie Hem vrezen.
14Want Hij weet, wat maaksel wij zijn,
gedachtig, dat wij stof zijn.

@Lineke


1 opmerking:

  1. Mooi! Wij blijven denken in goed en fout, terwijl Hij onze fouten heel ver heeft weggedaan.

    BeantwoordenVerwijderen

Leuk dat je mijn blog leest.
Mocht je willen reageren en je vind het lastig om het onderaan te zetten, je mag me altijd een mailtje sturen.

lief.kostbaar.mensenkind@gmail.com

De boom. (2.)

En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er ve...