woensdag 18 oktober 2017

Wat een dag...

Wat een dag was het gisteren. Er gebeurde van alles en dat alles was niet allemaal fijn te noemen.
Soms heb je van die mensen, die menen je op de hoogte te moeten stellen van gebeurtenissen van mensen, waar je emotioneel erg bij betrokken bent geweest.
Gebeurtenissen van mensen waar je niet meer aan herinnert wil worden.
Je hebt de deur dicht gedaan en op slot gedraaid en er staat een bordje bij: “Verboden toegang”
Maar sommige mensen zien dat bordje niet of is dat bordje juist een uitdaging om tegen de deur te trappen en hem open te schoppen.
Ze doen dat in een onbewaakt ogenblik op een plek waar je niet in staat bent adequaat te reageren.
In mijn geval was het op mijn werkplek voor het oog van Neerlands volk.
Deze keer hield ik me niet braaf en netjes, maar werd vreselijk kwaad.
Wat zich niet uitte in een groots spektakel, maar een beheerst optreden.
Mij werd verteld dat ik niet boos hoefde te zijn: “Ik diende schuilen bij de Heer”
Mijn verstand krult zich in een knoop.
Hoe bestaat het, dat je niet ziet dat jij de veroorzaker bent van die boosheid en het met een vroom sausje van je af houdt.
Omdat dit de zoveelste keer is, dat me dit geflikt word, vertel ik nu dat ik er geen prijs op stel, dat ik dit nog langer moet vernemen.
Ik heb mijn eigen leven opgebouwd, iets wat er al gezegd werd, toen ik zo boos werd.
De reactie was veelzeggend.
“Nou, dan wil ik ook niks meer met jou”
Grenzen stellen is met deze te verwachten reacties moeilijk.
Maar moet je dan maar steeds over je grens laten gaan?
Ik bedacht me dat, nadat ik vanuit stress mijn smartphone in de ondergrondse container had gekieperd, satan niet stil had gezeten die dag.
En een deel van psalm 62  kwam in mijn gedachten:

Hoelang zult gij op een man(vrouw) aanstormen?
Gij allen zult omver gestoten worden
als een hellende wand, een neerstortende muur.
Waarlijk, zij beraadslagen
om hem van zijn hoogte af te stoten,
zij scheppen behagen in leugen;
zij zegenen met hun mond,
maar in hun binnenste vloeken zij. Psalm 62: 4,5

Ik zag een beeld van hoogslaande golven die tegen een rots stuk slaan.
Hoelang zullen die golven nog beuken op mijn levenshuis?
En wat kan ik doen om mijn huis te beveiligen?

Waarlijk, mijn ziel, keer u stil tot God,
want van Hem is mijn verwachting;
waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil,
mijn burcht, ik zal niet wankelen.
Op God rust mijn heil en mijn eer,
mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God.
Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk,
stort uw hart uit voor zijn aangezicht;
God is ons een schuilplaats. Psalm 62:6-9

Voordat ik me allerlei verwijten maak, dat ik assertiever moet zijn, mijn grenzen beter moet aangeven, mag ik mijn hart uitstorten voor Zijn Aangezicht.
Het Aangezicht van Vader, waarin Liefdevolle ogen te zien zijn.
De Vader Die ons wil troosten, Die weet wat maaksel Zijn kinderen zijn is, hoe kwetsbaar ze zijn.

@Lineke



2 opmerkingen:

  1. Wat een nare gebeurtenis. Mensen zeggen soms de meest vreselijke dingen. En zeker wanneer je er niet op bedacht bent, kan dat heel naar zijn. Ohoh, zonde van je telefoon! Hoop dat je nog een reserve exemplaar hebt...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Bol.com is gewillig en snel morgen komt de nieuwe simkaart.

    BeantwoordenVerwijderen

Leuk dat je mijn blog leest.
Mocht je willen reageren en je vind het lastig om het onderaan te zetten, je mag me altijd een mailtje sturen.

lief.kostbaar.mensenkind@gmail.com

Een hele lange adem.

Het meisje van tien, wat was ze gebroken.  Eenzaam liep ze door de herfstregen en werd tot op haar velletje nat.. Maar wat er ook ...